Waarom ik soms het woord ‘neoliberalisme’ vermijd (maar het overal zie)
Als ik schrijf over de ontmanteling van de publieke sector, het verdwijnen van bestaanszekerheid, of de opkomst van wantrouwen als politieke norm — dan gaat het vrijwel altijd over wat we ‘neoliberalisme’ noemen. En toch gebruik ik dat woord soms bewust níet. Niet omdat het niet klopt. Maar omdat het inmiddels zo vaak en breed is ingezet, dat het zijn scherpte heeft verloren. Neoliberalisme is een containerbegrip geworden. Voor de één betekent het marktdenken, voor de ander globalisering, voor weer een ander een vaag gevoel van onrecht. En juist die breedte maakt het kwetsbaar: hoe meer het omvat, hoe minder het verklaart. Daarom probeer ik soms eerst te beschrijven wát het doet, voordat ik het benoem. Hoe het de samenleving verdeelt in winnaars en verliezers. Hoe het midden wordt weggevaagd. Hoe het elk moreel of politiek vraagstuk herleidt tot een […]